Vaak gingen wij mee kijken naar optochten en optredens, dus ik raakte al vroeg bekend met deze manier van muziekmaken.
Toen ik een jaar of 10 was, zag ik een jongen met een lamp op een lange stok
tussen de blazers lopen. Deze fakkeldrager zorgde voor licht op de
marsboekjes van de blazers. Zonder licht is het 's avonds lastig lezen.
Dit was dus voordat batterij(fiets)lampjes gemeengoed waren.
Deze jongen had echter moeite met het dragen van zijn fakkel en ik nam deze snel van hem over. Dit was mijn eerste optocht met de fanfare. Ik vond het wel zwaar, maar het was tegelijk ook leuk om te doen. Lopen in een grote groep.
Toen ik na afloop mijn fakkel afzette (dus eigenlijk de stok uit de holster
haalde die ik om had) bleek dat door de struikeling van die jongen de fakkel
in de brand gevlogen was.
Vanaf dat moment wist ik waarmee ik liep. Het was een campinglamp op petroleum
met een kousje dat gloeide. Het kousje gloeide echter niet meer, maar gaf
een vlam van toch wel een paar centimeters. Voorzichtigheid was dus toch wel
geboden. De lamp kon goed heet worden.
Later werden de lampen vervangen door varianten met een accu en nog later
kwamen de fietslampjes op batterijen. Dit betekende eigenlijk het einde voor
de fakkeldragers. Alleen voor de sier liepen er nog leerlingmuzikanten mee
tijdens optochten.
Dit was voor mij het begin van een hobby.
Ondertussen was ik in Den Haag gaan wonen voor mijn studie. Elke vrijdag
ging ik met een tas vol vuile was en een hoorn in zijn transportkoffer met
het OV terug naar huis. Ja, echt waar, ik repeteerde door de weeks zelfs op mijn
studentenkamertje.
Vanwege tijdgebrek moest ik mijn hobby na een paar jaar opgeven en heb ik
een paar jaar zonder vereniging gezeten. Maar het bleef altijd kriebelen. Als ik
een optocht of een taptoe zag dan wist ik dat ik toch weer wilde spelen.
Alleen wilde ik niet meer in een zittend orkest, ik wilde lopen.
Eind oktober 2006 besloot ik te gaan kijken bij Showband '75 Leidschendam
in, je raad het al, Leidschendam. Deze vereniging liep niet alleen maar
recht op straat zoals de fanfare, maar zij liepen ook in allerlei patronen
en figuren. Ook deed de vereniging aan wedstrijden waarbij figuren gelopen
moesten worden.
Na enkele keren mee gerepeteerd te hebben bleek dat deze vereniging ook een
gelegenheidsband had die vanaf half november t/m 5 december elk weekend veel
optredens had. Ik mocht al direct met deze band meedoen. Dit was heel
zwaar. Jaren niet meer gelopen en gespeeld en dan ook nog eens in een dun
pakje terwijl er een toeter van 14 kilo op je schouder rust.
Ondertussen waren we ook aan het repeteren voor de show voor de wedstrijden
waar we aan mee deden. In september 2007 was de finale en hier werden we tot
aller verbazing Nederlands Kampioen in onze klasse. Ik wist niet wat mij
overkwam.
Tijdens deze wedstrijden en de Europese variant ervan zag ik diverse korpsen
in mooie uniformen maar ik wist niet wie ze waren. Als antwoord hierop
besloot ik een overzichtssite te maken, CorpsUniforms was geboren.
Nu speel ik nog steeds sousafoon bij Showband '75 en loop ik mee in
optochten in binnen- en buitenland. Muziek maken is inspannend, repetities
kunnen zwaar zijn, maar als je klaar bent en het resultaat ziet dan blijkt
het stiekem toch heel erg leuk en ontspannend te zijn.
In augustus 2010 werd ik 'beloond' voor mijn hobby. Ik was ondertussen al
12,5 jaar muzikant en hiervoor krijg je een oorkonde en een koperen pin.
Sinds april 2010 ben ik bestuurslid geworden van de vereniging en probeer ik
de penningen bijeen te houden. Als bestuurslid kijk je toch anders naar een
vereniging en leer je ook de andere onderdelen iets beter kennen. Eigenlijk
zou iedereen een keer in het bestuur gezeten moeten hebben om te weten hoe
het binnen een vereniging is.